Showing posts with label Geschiedenis. Show all posts
Showing posts with label Geschiedenis. Show all posts

Monday, January 12, 2009

PIUS XII en de vernietiging van de Joden

Met dit lijvige boek doet Verhofstadt meer dan alleen de positie van de 'oorlogspaus' Pius XII ten opzichte van het misdadige nazi-régime en zijn wandaden duiden en aanklagen. Hij maakt meteen het proces van de katholieke kerk die een eeuwenlange traditie heeft van virulent antisemitisme. Het is goed dat die allesbehalve fraaie, en bij uitstek Europese geschiedenis nog eens wordt aangehaald. En verder is dit een ijzingwekkend overzicht van waartoe de mens in de jaren '30 en '40 in staat is gebleken. Zowel volk als leiders hebben elke notie van rechtvaardigheid en humanitaire solidariteit massaal naast zich neergelegd, en niet alleen in nazi-Duitsland. De uitzonderlijke inspanningen van vele individuën die moedige verzetsdaden pleegden niet te na gesproken, zij bevestigden vooral de regel.

Verhofstadt heeft het niet begrepen op religie. Dat maakt hij meteen
duidelijk in zijn inleiding: "ze vloeien voort (de grondbeginselen van de Europese Unie) uit het besef dat elk geloof tot uitsluiting en particularisme leidt." Met die zin laat hij er geen twijfel over bestaan wat zijn positie is. Een uitschuiver, vind ik, want je kan religies niet zomaar met alle zonden van Israël beladen. Er zijn voorbeelden buiten Europa die aantonen dat solidariteit tussen verschillende volkeren met andere religies mogelijk is. Al is het na het lezen van dit boek emotioneel zeer verleidelijk om de conclusie van de auteur zonder verdere discussie over te nemen.

Het feit dat, zonder actieve medewerking van de bevolking, het voor de Gestapo onmogelijk zou geweest zijn haar rassenpolitiek uit te voeren is al door vele auteurs aangetoond. Verhofstadt haalt o.m. historicus Eric Johnson aan die in zijn boek Nazi-terreur: gestapo, joden en gewone Duitsers talloze voorbeelden geeft van joodse slachtoffers die werden aangegeven na verklikking door gewone Duitsers. De beruchte uitspraak "Wir haben es nicht gewußt" waarvan vele inwoners van het
verslagen Duitsland zich bedienden was een leugen. Er bestaan dan ook feiten in overvloed die het onmogelijk maken om deze leugen vol te houden. Miljoenen Duitsers lazen in de krant, zagen op de posters in de bushokjes, hoorden op de radio of zagen in de bioscoop hoe de nazileiders tegen de joden tekeergingen. Daarnaast waren er talloze getuigenissen uit eerste hand, brieven van zonen, broers of vaders aan
het front die de gruwel beschreven of dichterbij, mensen die de gebeurtenissen in hun eigen dorpen en steden zelf konden zien of er zelfs actief aan meewerkten.

Verhofstadt analyseert de redenen voor de medewerking van de Duitse bevolking aan de massamoorden. Die 'collaboratie' was cruciaal voor het welslagen van de nazi-plannen. Ze kregen de bevolking zover door de joden te vereenzelvigen met het bolsjevisme én het kapitalisme. Wat vandaag de dag een bizarre koppeling lijkt was in de jaren '30 van de vorige eeuw nog evident. Het bolsjevisme was het rode gevaar uit het oosten dat dreigde Europa te overspoelen en alle Christelijke waarden
te vernietigen. De Westerse democratiën daarentegen waren 'decadent en gedegenereerd.' De algemene afkeer tegenover beide systemen werd door de fascisten gretig uitgebuit en aangescherpt, overgoten met een flinke scheut traditioneel antisemitisme. Zo werd de communistische ideologie gemakshalve voorgesteld als een uitvinding van joden, als een lafhartige poging om de wereld te overheersen. Tegelijkertijd fulmineerden ze tegen de 'joodse kapitalisten' die het Westen
beheersten met hun grootkapitaal. We mogen niet vergeten dat Duitsland bij de machtsovername van Hitler er nauwelijks 15 jaar wankele democratie had opzitten, een interludium dat gekenmerkt werd door barre economische tijden. Vóór de Weimarrepubliek had Duitsland nog nooit een democratisch systeem gekend. De gewone Duitser stond in de jaren '30 nog met één been in het ancien régime en had de schrik voor zowel democraten als communisten met de paplepel ingelepeld gekregen. Hetzelfde zo overigens met Oostenrijk, Hongarije en Polen. De zwijgzaamheid, zelfs volgzaamheid, loopt als een rode draad door het 12-jarig schrikbewind van de nazi's, zo stelt de auteur vast.

Dezelfde redenering heerste in het Vaticaan. Pius XII was, net als zijn voorgangers sterk gekant tegen de secularisering en de liberale waarden van de moderne democratie enerzijds en tegen het virulente atheïsme van de bolsjewisten in Rusland anderzijds. Hij zag nazi-Duitsland als een dam tegen het bolsjewisme en een macht die de oude orde zou kunnen herstellen in een Christelijk Europa. Voorstanders van Paus Pius XII beweren dat hij niets wist over de gruwelen in Duitsland en Polen. Dat is inderdaad moeilijk te geloven. De paus stond aan het hoofd van de breedst vertakte organisatie ter wereld met op dat moment nog een netwerk van geestelijken tot in de kleinste dorpen van Duitsland. En nog een doorslaand argument: in de
internationale pers doken al in 1938 berichten op over massamoorden op joden. Vanaf 1942 viel de waarheid nog nauwelijks te loochenen.Tientallen alarmerende berichten verschenen zowel in de gealieerde pers als in de media van neutrale landen.

Zijn terughoudendheid heeft dus een andere verklaring, analyseert Verhofstadt. Er was zijn 'heilige' angst voor het communisme en zijn overtuiging dat het nationaal socialisme dat rode gevaar zou kunnen tegenhouden. De man was zelf een antisimiet die de joden nog steeds als 'Godsmoordenaars' beschouwde. Hij had ook een emotionele
betrokkenheid bij Duitsland waar hij naar eigen zeggen "de gelukkigste dagen van zijn leven" had doorgebracht. En tenslotte zou hij schrik gehad hebben om het de katholieken in Duitsland moeilijk te maken.

Bizar in heel dit verhaal is overigens dat Hitler zelf het Christendom wilde vernietigen. En voor Mussolini was het fascisme een religie die in de plaats zou treden van het Christendom. Een weinig bekend verhaal dat Verhofstadt niet erg uitwerkt maar waarvoor toch vele historische aanduidingen zouden bestaan. Het geflirt met het paganisme van verschillende NSDAP-partijbonzen bijvoorbeeld. Voor hen was de figuur van Hitler een soort 'verlosser' en zijn boek 'mein kampf' een nieuwe bijbel.


Brandlucht

Bovendien was de holocaust uiteindelijk de culminatie van eeuwen antisemitisme in het Europese Christendom. Een antisemitisme dat door ettelijke pausen zonder enige schroom werd beleden en dat tot in de kleinste dorpen op de kansel priesters over de 'moordenaars van God' deed spreken. Onder de lange reeks van antisemitische dieptepunten haalt Verhofstadt Luther aan, die de wereldlijke leiders opriep om de
joden te doden. Of de pausen uit de zestiende eeuw volgens wie "elke druppel joods bloed de wereld kan verwoesten." Paus Pius V, Paus Gregorius XIII, de franciskaan Angelus de Clevasio, de lijst is eindeloos. Zelfs de beroemde Thomas van Aquino riep op tot het doden van joden.

Verschillende Christelijke leiders wilden ook 'een bezoedeling van het volk met joods bloed' vermijden en verboden hun onderhorigen te trouwen met joden. De nazi's beriepen zich duidelijk op deze erfenis met één van hun eerste wetten die alle seksueel verkeer tussen zg. ariërs en joden verboden (Neurenberg wetten). Het opsluiten in gettos dateert dan weer van 1179 toen het derde lateraans concillie
verplichtte om apart te gaan wonen. In 1556 bepaalde ook Paus Paulus IV dat alle joden in ommuurde stadsdelen moesten worden geïsoleerd. Ook hiermee bliezen de nazi's een oude traditie nieuw leven in.

In Oost-Europa heerste een diepgewortelde haat tegen de joden. Voor, tijdens en na de eerste wereldoorlog maakten zowel orthodoxe russen, nationalistische Oekraïners als katholieke Polen zich schuldig aan vreselijke gewelddaden tegen hun joodse bevolking. Om nog niet te spreken van de Baltische staten, Wit-Rusland, Tsjechië, Slowakije, Roemenië, Hongarije, Bulgarije en de Balkan. Het aantal pogroms was
niet te tellen. Toen de Nazi's kwamen met hun einsatzgruppen zetten ze dus vooral 'een bestaande traditie' verder. En toen er bij het opvoeren van het geweld geen enkel protest van betekenis kwam, noch van de kerk, noch vanuit de bevolking, noch van buitenlandse mogendheden, zag Hitler zijn kans om het antisemitisme tot zijn
uiterste consequentie door te drijven. In Polen, net als in vele andere Europese landen kreeg hij daarvoor de actieve medewerking van de lokale bevolking. Zo beschrijft Kan Gross hoe inwoners van het dorpje Jedwabne hun joodse dorpsgenoten te lijf gingen met messen, bijlen en ijzeren staven. De Vlaamse auteur Johan De Boose schrijft dat er in de Poolse wind nog steeds een 'brandlucht' hangt. Wandelen
door bijvoorbeeld de Kazimierz, de oude joodse wijk van Krakau, is dan ook een vreemde ervaring. Bijna alle joodse inwoners werden er in 1943 en 1944 afgevoerd naar de vernietigingskampen van Majdanek, Plaszów en Auschwitz-Birkenau.

Maar ook in West-Europa dreven opeenvolgende golven van antisemitisme de joodse bevolking in de verdediging. In Frankrijk was het collaborerende régime van maarschalk Pétain notoir antisemitisch. Maar ook vele gewone fransen werkten mee aan de deportaties van joden waarmee ze een oude traditie van jodenhaat verder zetten. In de beruchte 'judensau' werden joden voorgesteld als zwijnen, die zich laafden aan de tepels van zeugen en hun excrementen aten. Je kan dergelijke beelden nog steeds zien in oude stadskernen en kathedralen in heel Europa, onder meer in de Brusselse Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedralen.

De nazibeulen kenden deze tradities zeer goed en verwezen er voortdurend naar. Tijdens de Neurenberg processen haalden ze zelfs Mattheus 27:25 aan uit de bijbel, ter verantwoording.


Zelfmoord van de Weimar-republiek

De historische overgave van de democratische elite in 1933 werd slechts door één kleine partij (93 zetels in de Rijksdag) tegengesproken: de SPD van Otto Wels. Het waren de katholieke Kaas en Von Papen die de druk opvoerden om Hitler zijn gangen te laten gaan en van Duitsland een dictatuur te maken. Ook Robert Paxton beschreef deze
beschamende overgave in zijn boek "De anatomie van het fascisme." Na de machtsovername werden alle partijen verboden behalve de NSDAP. Kaas was ondertussen naar Rome vertrokken om een overeenkomst tussen de kerk en de nazi's te bespreken. Die overeenkomst kreeg concreet vorm in het Concordaat, een historische blunder van formaat waarmee het nazi-régime meteen haar legitimiteit claimde op het internationale forum. Hierin werd bepaald dat de kerk zich niet zou bemoeien met de
politiek en de politiek de kerk met rust zou laten.

Vooral Hitler profiteerde van het concordaat door alle kritische stemmen binnen de Duitse kerk monddood te maken. Kardinaal Bertram stuurde zelfs nog een brief aan Hitler waarin hij bevestigde dat de kerk loyaal zou meewerken met het régime. "Op die manier maakte de kerk de weg vrij voor katholieke gelovigen om zich achter het
fascistische régime te scharen," zo zegt Verhofstadt. En dat blijkt ook uit de feiten. Bij de afkondiging van de gevaarlijke rassenwetten van Neurenberg liet de kerk zich schaamteloos gebruiken. Het was immers via de kerkarchieven dat mensen konden nakijken of ze joodse voorouders hadden of niet (voor 1876 hielden enkel kerken geboorten bij). Niet alleen de burgers konden dat, ook de nazi-autoriteiten. Zo werkte de kerk bewust mee aan de identificatie op basis van geloof of
ras. Voor de registratie werden 'moderne' ponskaartsystemen gebruikt. Er werden zelfs richtlijnen gegeven door Vicaris-generaal Miltenberg om de opzoekingen in de kerkarchieven niet te hinderen. Maar vooral was er het complete gebrek aan kritiek op de rassenwetten vanwege de kerk. Ze uitten enkel hun bezorgdheid over het lot van de joden die tot het Christendom bekeerd waren.

Bij enkele collaborerende regimes in Oost-Europa ging de medewerking van de kerk verder. Veel verder. De katholieke fascisten van de Ustaša in Kroatië kregen bij hun etnische zuiveringen de uitgesproken steun van het Vaticaan. De minister van cultuur, religie, educatie en religieuze groeperingen, Mile Budak, zei letterlijk: "voor minderheden als Serviërs, Joden en Zigeuners hebben wij drie miljoen kogels." Toen tegen het einde van de oorlog nog duizenden Hongaarse joden werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen deed het Vaticaan niets met
talrijke smeekbeden die toekwamen in Rome. De Hongaarse aartsbisschop Gyula Czapic van Eger schreef in een brief "dat wat momenteel gebeurt met de joden niets anders is dan een gepaste bestraffing voor hun misdaden in het verleden."

Zelfs wanneer, onder de neus van de paus, in zijn eigen Vatikaan, de SS razzia's komt houden om verborgen joden op te pakken, laat Pius XII betijen. Het enige wat hij doet is één van zijn kardinalen een "uiterst vriendelijk telefoongesprek" laten voeren met de Duitse ambassadeur. Daarin wordt gezegd: "De heilige stoel zal niet graag in een positie gebracht worden een woord van afkeuring te moeten laten
horen." Ondertussen worden meer dan duizend joden opgepakt en afgevoerd, zonder verder protest.

Maar ook de geallieerde houding getuigde van dubbelzinnigheid. In plaats van de concentratiekampen of minstens hun aanvoerlijnen te vernietigen bombarderen ze Duitse steden plat zonder enig militair belang. Het argument dat ze de moreel van de Duitse bevolking wilden breken werkte niet: zoals historicus Jörg Friedrich zei "hoe minder een bevolking te verliezen heeft hoe fanatieker zij vecht." Niet alleen vielen duizenden slachtoffers door de bombardementen, ook ettelijke monumenten werden vernietigd. Volledige historische binnensteden werden in de as gelegd, zonder duidelijk militair doel.


Conclusies

De conclusies zijn keihard: De medeplichtigheid van het Vaticaan gaat dan ook verder dan schuldig verzuim. De paus had een politieke agenda, en de dood van miljoenen joden, zigeuners, communisten en andere slachtoffers van de fascisten was een prijs die hij daarvoor wilde betalen.

Nog één keer gaat Verhofstadt uit de bocht: wanneer hij zegt dat "een andere religie, de orthodoxe Islam" de plaats van het Christendom als bron van antisemitisch geweld zou hebben overgenomen. Alsof dat zou kunnen: de plaats innemen van 17 eeuwen Christelijk antisemitisme. Eerst en vooral, orthodox is geen synoniem voor fundamentalistisch. Twee: er zijn inderdaad fundamentalistische strekkingen in de Islam die zich schuldig maken aan antisemitisme maar die zijn nog steeds marginaal en komen niet vanuit een centrale Islamitische autoriteit zoals dat bij het Christendom wel het geval was. Bovendien stelt Verhofstadt hier hatelijke uitspraken tegenover Israël weer eens gelijk aan antismitisme, de intussen klassiek geworden beschuldiging. De kritiek op Israël leeft, om evidente reden (40 jaar bezetting en repressie van Palestina), wel in brede lagen van de bevolking in de
Islamitische wereld. Maar dat betekent dus niet dat er een veralgemeend antisemitisme is. Overigens behoren pakweg Palestijnen ook tot de semitische volkeren...
En verder: Ook al is de uitspraak van de Iraanse premier dat de Holocaust een mythe zou zijn, inderdaad krankzinnig. Ahmedinejad is een religieuze populist en vertegenwoordigt niet de hele moslimwereld en zelfs binnen Iran is hij heel controversieel. Maar blijkbaar speelt ook bij Dirk Verhofstadt het Europese trauma hem parten en vertroebelt het zijn zicht op dat andere, hedendaagse drama in Palestina.

PIUS XII en de vernietiging van de Joden, Dirk Verhofstadt - Houtekiet/Atlas
ISBN 978-90-8918-015-5

Lees verder...

Thursday, January 05, 2006

"Bevrijd de slaven" van David Hochschild

Vijf jaar na de publicatie van zijn boek over Leopold II en de plundering van de Congo brengt Hochschild nu het verhaal van de eerste grote mensenrechtencampagne uit de geschiedenis.
Met het boek over de drieste exploten van Leopold zette hij in ons land een heel proces van historische ontnuchtering in beweging. Er was duidelijk een buitenlander nodig om dit vakkundig weggemoffelde stuk vaderlandse geschiedenis eindelijk onder de aandacht te brengen van de Belgische goegemeente. In dat boek bracht hij hulde aan Edmund Dene Morel, een Brits journalist en activist die eind 19e eeuw vrijwel op zijn eentje een massale campagne opzette om de praktijken van de koning in Congo aan te klagen.

Nu heeft dezelfde auteur zich gewaagt aan een campagne die zich ruwweg 100 jaar vroeger afspeelde, die van de afschaffing van de slavernij. De abolitionisten, zoals ze genoemd werden, was een verzamelnaam voor iedereen die tegen de slavernij was. Maar er bestond wel degelijk een gecoördineerde campagne, opgezet door een 12-tal koppig comité dat een eerste keer samen kwam op 22 mei 1787. Slechts enkelen van hen zullen de verwezenlijking van hun streven meemaken. Dat is dan ook pas in 1833, wanneer het Britse parlement een wet aanneemt die slavernij verbied in het gehele Britse rijk, en dat was toen een flink stuk van de wereld.
Hochschild vertelt het verhaal van een campagne en een praktijk die toen een aanvaard onderdeel was van het internationaal economisch systeem. Maar hij analyseert ook. Waarom sloeg de campagne aan op bepaalde momenten en op andere niet? Wat was de rol van internationale politieke ontwikkelingen (vrnl. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de Franse revolutie). Dat alles levert interessante inzichten op voor de lezer.
Hochschilds verdienste is niet dat hij nieuwe wetenschappelijke inzichten ontwikkeld of onondekte historische bronnen naar boven haalt. Zijn verdienste is vooral dat hij een complex verhaal goed kan vertellen en aan de hand van authentieke stemmen de strijd die toen gestreden is op een empathische manier in beeld brengt en in zijn juiste perspectief plaatst voor een algemeen publiek. In een tijd van van overdaad aan informatie en vervagend historisch inzicht meer dan nodig. Tenslotte is het voor elk modern mensenrechten activist die wil beseffen waar hij of zij mee bezig is heel stimulerend om te weten wat zijn voorgangers zijn.

Lees verder...

Monday, November 14, 2005

De verdediging van de liefde - Gioconda Belli

Wederom een mooi verhaal van Gioconda Belli. En bovendien één waarmee je een belangrijk hoofdstuk van de (revolutionaire) geschiedenis van Latijns-Amerika mee hebt. Ik kocht het boek op de boekenbeurs op de stand van Amnesty International, deels om die organisatie te steunen, maar vooral omwille van de herinnering aan één van de betere leeservaringen uit mijn leven, nl. dat van de "bewoonde vrouw." Haar eerste roman, die vele prijzen kreeg, is als je eerste treinrit door een spectaculair tropisch landschap waarbij de vochtige wind je warm in het gezicht waait.

Dit boek is van een zelfde kaliber, hoe kan het ook anders voor een schrijfster die een belangrijke rol speelde in de Nicaraguaanse revolutie en die haar mandaat in de revolutionaire regering opzij zette omdat ze moest toegeven aan de innerlijke drang om te schrijven. Toegegeven: sommigen zullen haar stijl wat gezwollen vinden. Als je de Latijns-Amerikaanse traditie een beetje kent en weet te appreciëren kan je alleen maar genieten van de wervelwind van emoties, de opstoot van verontwaardiging bij het onrecht, het meegesleurd worden in het eeuwige verhaal van de vaart der volkeren.
Tot zover de inleiding. Want er valt nog wel wat meer te vertellen. Het zou voor iemand met de positie van Gioconda Belli eenvoudig geweest zijn om een triomfalistisch discours te bedrijven over de Sandinistische revolutie. En misschien had ze dat ook wel gedaan als het boek half de jaren '80 van de vorige eeuw was geschreven. Ondertussen is de droom vervlogen en is het kleine getormenteerde land weer het armste van het continent. De revolutie is verpletterd en uiteengevallen, deels door de zware voet van Uncle Sam en deels door het onvermogen van de Sandinistische leiding om haar project via maatschappelijke consensus te laten totstandkomen. Naar het einde van het boek toe schrijft Belli dat, ondanks alles, één van de verwezenlijkingen van de Sandinisten de eerste vrije verkiezingen van 1990 zijn. De revolutionairen van weleer verloren die weliswaar, maar ze gaven dat grootmoedig toe en borgen de wapens voor goed op. De verarmde bevolking droeg het Sandinisme berustend ten grave in de hoop dat de oorlogsellende nu eindelijk achter de rug was. En ja, de V.S. trok zich terug, de contra's stopten hun moorddadige geweld, Nicarugua leek op de goede weg. Als je nu door het land reist dan zie je echter alleen onbeschrijfelijke armoede en een hoofdstad die er nog steeds geamputeerd bij ligt na een aardbeving van ondertussen meer dan 30 jaar geleden (in 1972 werd het centrum van de stad weggevaagd).
De verdienste van dit boek is dat het ook de fouten beschrijft die gemaakt werden, en dat allemaal aan de hand van een levensverhaal dat er overal midden in stond. Belli was van het prille begin betrokken bij het jarenlange groeiproces van het Sandinisme, de vele pogingen om de dictatuur van Somosa onderuit te halen. Ze
was erbij toen de overwinning werd gevierd. Ze ervaarde aan de lijve wat het is om een nieuw staatsbestel van de grond op te bouwen. Ze ontmoette Fidel Castro en de legendarische Vietnamese generaal Vo Nguyen Giap die de laatste slag tegen de Noord-Amerikanen won. Ze sprak met, hoe kan het ook anders, Gabriël Garcia Marques en met een hele reeks linkse ikonen uit de beweging van de -toenmalige- ongebonden landen.
En ondertussen kreeg ze 3 kinderen en versleet ze vier mannen die elk een heel verschillende verhouding met haar hadden. Ze is bijna 40 als ze de liefde van haar leven ontmoet, de man bij wie ze eindelijk rust vind, nota bene een Gringo.
Zo'n leven kan enkel een opeenstapeling van moeilijkheden zijn. En dat is het ook, maar dan één waar de mooie en de tragische momenten aan hetzelfde zeel trekken. Een verhaal dat de persoonlijke twijfels en de fouten niet uit de weg gaat en dat precies daarom zo'n juiste titel heeft: "de verdediging van de liefde."

Lees verder...

Tuesday, June 29, 2004

« Ik wist niet dat de wereld zo klein was – Reisverslagen van een eerste globalisering » Lucas Catherine.

Eén van de leuke kanten aan een boek van Lucas Catherine is dat ik me op voorhand steeds weer kan verkneukelen op een flinke dosis leesplezier. Het gaat dan steeds om het vooruitzicht geamuseerd te worden door die unieke mix van “geschiedenis waar het zilt van de zee nog aankleeft” (dixit achterkaft) en een geëngageerde visie op de wereld. Dat alles gekruid door een nauwelijks verholen cynische ondertoon van Antwerpse humor.

L.C. heeft veel sympathie voor de Islamitische wereld. Omdat hij er enkele jaren gewoond heeft en omdat hij de geschiedenis ontzettend goed kent. Elke achterkaft eindigt steevast met de verklaring dat hij “zich beschouwt als een Arabier honoris causa.” Sinds het begin van zijn schrijverschap, de man heeft ondertussen al een tiental boeken op zijn naam staan, heeft hij de verdediging van de Islamitische wereld op zich genomen in een Europa dat steeds xenofober wordt en dat er nog steeds een zeer eurocentristische visie op de geschiedenis op na houdt. Een Europa dat als het ware de kruistochten nog steeds niet ontgroeide alhoewel we zoveel aan de Arabische wereld te danken hebben.

In dit boek vertelt de auteur niet zoveel zelf, maar laat hij reizigers uit het verleden aan het woord. En voor één keer niet alleen de Marco Polo’s en Vasco Da Gama’s uit onze Europese geschiedenis, maar ook vele voor ons onbekende reizigers die heel gedetailleerd hun omzwervingen beschreven. Dat levert heel wat leuke citaten op, zoals van een Chinese Islamiet die ergens in Centraal Azië Vikingen ontmoet en hun vreemde gebruiken beschrijft waarna hij er een persoonlijke appreciatie aan toe voegt: “ze zijn zo onzindelijk als ezels.” We lezen onder meer verslagen van Arabische handelaars, Chinese ambtenaren en intellectuelen uit Andaloesië. Ze leefden in een tijd (ca 800 tot 1500), die hun de mogelijkheid gaf ongehinderd en relatief veilig van Sevilla naar Peking te reizen. De auteur schrijft dit toe aan wat hij noemt het ‘moslimwereldsysteem,’ een globalisering avant la lettre, maar dan wel één zonder centrum en zonder verliezers.
Terwijl het versnipperde Europa zuchtte onder een primitief feodalisme versmolten alle grote handelsroutes uit het nabije en het verre oosten tot een groot wereldnet. Arabisch was de voertaal en je kon als handelaar of intellectueel vrij circuleren. Er gold een vrij verkeer van goederen en mensen en de vele culturen langs de zijderoutes beïnvloeden en bevruchtten elkaar vrijelijk. Steden waren omvangrijk en centra van cultuur en bestuur. Zowel in China als in de Arabische wereld bestond een sterk uitgebouwde overheidsadministratie die belastingen inde en de samenleving organiseerde op een haast ‘moderne’ manier, met de Islam als gemeenschappelijke ‘ideologie.’ Dit alles zegt overigens niets over de Arabische leiders van vandaag, want helaas blijft het hier huilen met de pet op, iets waarvan je de gewone Mohammed in de straat niet moet overtuigen.
Verassend voor de gemiddelde Europeaan, maar Marco Polo is wellicht zelfs nooit in China geweest. L.C. toont dat overtuigend aan, en verschillende historici zijn het met hem eens. De Vlaamse pater Willem Van Rubbroek daarentegen wel, hij liet gedetailleerde reisverslagen achter van onder meer zijn bezoek aan het hof van de Mongoolse Khan.
Spijtig voor ons als lezer, maar vooral ook voor ons begrip van de Arabische wereld, werden de rijke bibliotheken van Sevilla en Granada platgebrand tijdens de reconquista en gingen daarmee ontelbaar getuigenissen verloren van deze inspirerende periode in de geschiedenis.

Uitgegeven bij EPO, 2001

Lees verder...

Thursday, April 12, 2001

AFRICA, A biography of the Continent, John Reader

De roots van de mensheid liggen in Afrika. Dit briljante boek van John Reader geeft een panoramisch overzicht waarin hij de ontwikkeling van het enorme continent traceert. Vanaf de vroegste geologische ontstaansgeschiedenis en het begin van het leven, over de verspreiding van de ‘Homo Sapiens Sapiens,’ tot en met de vaak chaotische politieke situatie van vandaag. Hij onderzoekt de complexe, wijd verspreide en vaak erg verschillende samenlevingen van de grote riviermonden van de Niger en de Okavango, tot de regenwouden van de evenaar en de woestijnen in het noorden. Ook de ingrijpende impact van de Europese exploitatie van het continent op die samenlevingen komt aan bod, en de recente opgang van onafhankelijke staten.

Zodra de eerste hoofdstukken zich voor je ontrold hebben, en het begint je te dagen op welke schaal de auteur je heeft meegenomen door de tijd wil je niet meer stoppen. John Reader is schrijver en journalist met meer dan 40 jaar professionele ervaring, een groot deel daarvan in Afrika. Zijn schrijfstijl is helder en levendig, de reikwijdte indrukwekkend, en de schrijver heeft de journalistieke vaardigheden om je elke pagina te laten omslaan met nieuwe verwachtingen. Hij heeft bovendien de autoriteit om je te doen geloven wat je leest. En ondanks de schaal is wat er staat verfrissend openhartig en ongekunsteld, intens provocerend voor je grijze cellen ook.
Zo legt Reader uit hoe de wetenschap alle gronden van racisme effectief de grond onder de voeten weg heeft gehaald. Uit onderzoek blijkt dat er genetisch veel meer verschillen zijn tussen Afrikanen onderling dan tussen Aziatische, Indo-europese volkeren en diezelfde Afrikanen. Waarom? Omdat alle niet-Afrikanen afstammen van een beperkt aantal groepen die ca. 100.000 jaar geleden het continent, waar de wieg van de mensheid stond, verlieten. Toen de Portugezen in de vijftiende eeuw voet aan wal zetten in West Afrika, hadden ze geen idee dat ze eigenlijk waren ‘thuis gekomen.’ Als we dat bewustzijn nu eens wat meer konden koesteren…
Een bekend criticus had het over “één van de belangrijkste algemene overzichten over Afrika die de laatste decennia zijn uitgekomen.” En nog: “een must voor geïnteresseerde leken zowel als academici.” Niet overdreven. Dit boek boezemt ontzag in, en Afrika eens te meer.
De schrijver gaat in tegen vele misvattingen, en zijn verhelderende verhaal zal ongetwijfeld de manier veranderen waarop je dacht over Afrika.

Koen Stuyck

Deze uitgave: in het engels (nog geen Nederlandse vertaling voorhanden) - Uitgeverij: PENGUIN - ISBN 0-140-26675-5

Lees verder...

Wednesday, March 01, 2000

De geest van Koning Leopold II, en de plundering van de Congo; Adam Hochschild

De moslim filosoof Ibn Chaldoen schreef het reeds in de 14e eeuw: “Zij die veroverd zijn, willen de veroveraars altijd nabootsen in zijn voornaamste kenmerken – in zijn kleding, zijn ambachten en in al zijn onderscheidende eigenheden en gebruiken.” Hochschild eindigt zijn boek met de parallel tussen Mobutu en de ‘zwarte koning’ Leopold II, meer dan een eeuw vroeger. De eerste, Afrikaans dictator eerste klasse, werd op de troon geholpen door het postkoloniale België, de V.S. en de Verenigde Naties. Die historische putsch ging ten koste van legitiem verkozen leider Patrice Lumumba en van het Kongolese volk. Op het hoogtepunt van zijn macht schafte Mobutu zich een protserige villa aan, nota bene vlak bij de villa die Leopold bouwde aan de Franse Côte d’Azur. Op dat ogenblik was hij één van de rijkste mensen ter wereld (ook net als de Belgische koning eertijds) met een geschat vermogen van 4 miljard dollar.

In de categorie ‘reisboeken’ is “De geest van Leopold II” een bijzonder spannende reis door een onbekend stuk vaderlandse en Kongolese geschiedenis. Het toneel is, naast het ‘donkere’ binnenland van Kongo, de klassieke Atlantische driehoek - meer dan 50 jaar nadat de slavernij in de meeste kolonies officieel werd afgeschaft. Orgelpunt in die driehoek is Brussel, waar een gefrustreerde koning zich zelf al jaren zat op te geilen met dromen van een kolonie waar hij zijn machtswellust kon botvieren. Zijn ambities worden bezegeld in de conferentie van Berlijn in 1885 waar het Afrikaanse continent vakkundig werd verdeeld onder de Europese koloniale machten, in afwezigheid van ook maar één Afrikaan. Wanneer jaren later ene E.D. Morel, een Engelsman die voor een reder werkt, in de haven van Antwerpen een merkwaardige vaststelling doet, gaat een bal aan het rollen die zal uitgroeien tot de eerste grote mensenrechtencampagne van deze eeuw. In deze campagne speelden verschillende Afro-Amerikanen uit de V.S. een belangrijke rol, Washington was overigens één van de hoofdsteden waar Leopold de meeste moeite mee had om ze te overtuigen van zijn zg. goede bedoelingen met Kongo.
Morel had opgemerkt hoe er van Kongo alleen maar tonnen rubber en andere grondstoffen binnen kwamen, nooit gingen er andere goederen terug in de plaats. Nu was Morel een overtuigd voorstander van vrije handel onder de volkeren. “Ten tijde van de Congo-controverse honderd jaar geleden vormde de idee van volledige politieke, sociale en economische mensenrechten een ernstige bedreiging voor de gevestigde orde van de meeste landen op aarde. En dat is vandaag de dag nog steeds zo.” Dat laatste zinnetje is zeer belangrijk. Want daarmee trekt de auteur de lijn door, recht vanuit de donkere 19e eeuw met zijn vreselijke mistoestanden, die de basis vormen voor veel problemen vandaag. Vooral in Afrika.
En dan deze bewonderenswaardige man, deze Edmund Dene Morel is de geestelijke vader van het gedachtegoed dat meer dan een halve eeuw later zou leiden tot de oprichting van organisaties zoals Amnesty International. 100 jaar geleden reeds belichaamde hij het menselijk geweten en vermogen tot gerechtvaardigde verontwaardiging die aan de basis liggen van dat gedachtegoed.
Over het monster zelf, de zwarte prins die zijn eigen land, het onbeduidende koninkrijk België diep minachtte, zijn dochters verstootte en wiens hebzucht geen grenzen kende, kan je alleen maar verbijstering voelen. Alle paleizen die hij bouwde, een groot deel van het monumentale Brussel dat we nu kennen en zijn plannen voor een oprijlaan van Laken naar ‘zijn’ pompeuze badstad Oostende, ja, de koninklijke serres zelf. Dat alles is gebouwd op de rug van miljoenen rubberslaven die als kanonnenvlees figureerden in één van de belangrijkste misdaden in de geschiedenis van de mensheid. Eén van Leopold’s uitvoerders was Léon Rom, een ongemeen wreed figuur die hoogstwaarschijnlijk model stond voor de moordzuchtige Kurtz uit “Heart of Darkness” van Joseph Conrad één van de Afro-Amerikanen die in Congo terechtkwamen. Dit boek was en is nog steeds één van de vernietigendste aanklachten tegen het imperialisme in de gehele literatuur. De hallucinante figuur van Kurtz werd veel later gebruikt door Francis Ford Coppola in “Apocalypse Now.” Of hoe een historisch Belgisch kolonel hoofdpersoon kan worden in een film over Vietnam. De wreedheden waren en zijn nog steeds dezelfde. God zij dank zijn er mensen zoals E.D. Morel en de anderen. En gelukkig zijn er schrijvers die hun verhaal steeds opnieuw vertellen en de geschiedenis hun ware gelaat laten zien. Zoals Adam Hochschild. En zoals Ludo de Witte recent met de moord op Patrice Lumumba. Beide boeken zouden verplichte kost moeten zijn in elke Belgische klas geschiedenis.
De eerste vraag die opkomt na het lezen: wanneer gaat dit land zijn verontschuldigingen eens aanbieden aan het Kongolese volk?

Uitg. Meulenhof, Kritak

Lees verder...